Deze oefenopgave is geen manifestatie-oefening in de klassieke zin.
Het is een afstemoefening: je leert herkennen vanuit welke staat jij straks gaat creëren.
Je hoeft niets te bereiken.
Je hoeft nergens te komen.
Je zet alleen de deur op een kier.
Neem een rustig moment waarop je niet gestoord wordt.
Ga zitten of liggen zoals je nu bent.
Je hoeft je houding niet te veranderen.
Breng je aandacht even naar je ademhaling, zonder die te sturen.
Merk alleen op dat je ademt.
Lees dan de twee zinnen hieronder, één voor één, en neem na elke zin even de tijd.
Zeg in jezelf: Ik moet mijn leven veranderen. Ik wil dat het anders wordt.
Sta daarna even stil bij je lichaam.
Merk op:
Je hoeft niets te benoemen.
Alleen waarnemen.
Zeg daarna, rustig: Het is veilig om te voelen wat er in mij wil ontstaan. Ik hoef het nog niet te weten.
Neem weer even de tijd.
Merk op:
Ook hier: niets veranderen, niets sturen.
Vergelijk de twee momenten niet met je hoofd,
maar voel simpelweg welk van de twee zinnen meer ruimte gaf.
Schrijf daarna één korte zin op.
Bij de tweede zin merkte ik vooral:
Dit antwoord hoeft niet logisch te zijn.
Het kan een gevoel, een beeld of één woord zijn.
Deze oefening laat je ervaren wat Joe Dispenza bedoelt met
het verschil tussen creëren vanuit overleving en creëren vanuit afstemming.
Zolang manifesteren voelt als “ik moet iets”, zit het systeem nog in bescherming.
Wanneer er zelfs maar een klein beetje ruimte ontstaat, kan creatie beginnen.
Niet groots.
Niet spectaculair.
Maar echt.
Je hoeft nu nog niets te visualiseren.
Je hoeft geen doelen te formuleren.
Je hoeft geen toekomstbeelden te maken.
Je hebt iets veel belangrijkers gedaan:
je hebt gevoeld wanneer je systeem openstaat voor creatie.
Dat is de sleutel die we in de volgende module gaan gebruiken.